Veertigdagentijd Veertigdagentijd


Veertigdagentijd



We zijn met elkaar de veertigdagentijd ingegaan, de periode voorafgaand aan Pasen. Het is voor velen en ook voor mezelf geestelijk de meest indringende tijd van het jaar. Een tijd van diep beleefde ontvankelijkheid voor wat Jezus in de laatste weken van zijn aardse leven overkwam. Een periode ook van soms welhaast mystieke verbondenheid met Christus, die zich bij ieder persoonlijk weer anders laat merken. Van daaruit is de Veertigdagentijd ook een op zoek gaan naar de diepste wortels van je persoonlijke gebed. Deze diep spirituele concentratie op Christus leven, lijden, sterven en opstaan geeft wonderlijk genoeg ook vreugde om het feit dat je zelf mag leven. Je gebed krijgt dan nog meer het karakter van bewondering waarbij je boven jezelf uitstijgt. Je prijst God dan niet, omdat Hij jou op een bijzondere wijze goed gedaan heeft, maar omdat Hij in zichzelf het goede is. Niet omdat je je verheugt in Zijn gaven, maar omdat je jezelf verliest in Hem, de Gever van alle leven. Zo bestaat het gaan van de weg van gebed niet in de eerste plaats uit het aanleren van gebedshoudingen en gebedsteksten, maar vooral uit het meer en meer aanleren van een levenshouding die wortelt in een eerlijke beleving van onze afhankelijkheid en ons gezegend-zijn van en door God. Dát is uiteindelijk de wortel van ieder eerlijk bidden. En juist in veertigdagentijd mogen we ons daarin oefenen.
En in dit alles zijn we niet de eersten. Van oudsher bezinnen christenen zich in deze periode op het lijden en sterven van Jezus. Het is een periode van inkeer en gebed en het zoeken van gemeenschap met God. Een tijd van voorbereiding op Pasen. Daarnaast kun je ook stilstaan bij mensen die minder bedeeld zijn dan wij.

In kloosters was het gebruikelijk dat men veertig dagen achter elkaar vastte, omdat Jezus veertig dagen vastte, evenals trouwens Mozes en Elia. Mozes, Elia en Jezus vastten in de woestijn. Een omgeving waarin het misschien makkelijker lijkt niets te eten: er is daar niet veel te vinden tenslotte. Maar waarschijnlijk geldt ook hier: schijn bedriegt. Rond de derde en vierde eeuw werd het gebruikelijker om de veertig dagen voor Pasen te vasten. Gerekend vanaf Aswoensdag is het overigens nog zesenveertig dagen voor Pasen aanbreekt, maar omdat zondag een feestdag is (opstandingsdag van Christus!), vast je op die dag niet, maar vier je feest. Vandaar dus veertig dagen.
Invulling van de veertigdagentijd is voor iedereen heel persoonlijk. Het is de tijd  van concentratie op de betekenis van Jezus’ leven, lijden en sterven. En op die weg kunnen we de veertigdagenkalender te gebruiken, naar mooie passiemuziek luisteren, zoals de Matthëus- of Johannespassion van Bach. Of door de klanken en woorden van één van de vele Stabat Mater op je in te laten werken. En misschien ook door af te zien van bepaalde dingen, in welke vorm dan ook. En dan tijd te maken voor gebed of stilstaan bij een bijbelgedeelte. Hoe we deze periode persoonlijk ook gestalte geven, ik wens u allemaal vanaf deze plaats een zinrijke, goede en gezegende voorbereidingstijd op Pasen toe.      
Ziekenhuisopname
In de afgelopen periode moest mevrouw Uittenbogaard, woonachtig aan het Winterplein 50 in Puttershoek, plotseling worden opgenomen in het Ikazia-ziekenhuis. Op het moment dat ik deze regels schrijf verblijft ze daar nog altijd. Bidden wij haar kracht en troost toe en laten we als geloofsgemeenschap aan haar laten merken dat ze in onze gedachten is.

Een heel hartelijke groet aan u en jullie allen.  Ds. Elzo Bijl

 

terug